Rehoboth

Type: Klipperaak
Bouwjaar: 1911

Het verhaal van de Rehoboth

Audio Beluisteren

Rehoboth (1911) Paul en Nel

Paul: “Met een aantal andere schippers vonden we dat Amsterdam net als Rotterdam een museumhaven moest hebben. Dus kraakten we in mei 1984 een weekend lang de kade langs het Oosterdok. Daarna ging iedereen weer keurig naar z’n eigen ligplek. De marine vond het goed dat onze schepen aan hun overkant afmeerden en daarna ging de gemeente ook overstag. In 1985 werd de Vereniging Museumhaven Amsterdam officieel opgericht. Een vereniging natuurlijk, want dat is de meest democratische organisatievorm. Wij zijn met ons schip nog de enige die vanaf de kraak in de Museumhaven liggen.”

Nel: ”We begonnen met acht schepen, die langs de kade afgemeerd lagen. Er waren nog geen steigers zoals nu. We hadden toen geen elektriciteit vanaf de wal en geen wateraansluiting. Dus wekten we stroom op met aggregaten en hingen we een witte vlag uit als onze watertank bijna leeg was. 1x per week kwam de waterboot langs en als je de vlag uithad, kwam hij water bij je brengen. Als we niet thuis waren, zetten we het geld in een jampotje aan dek.”

Paul: “In 1987 werd onze jongste zoon aan boord geboren op de koudste dag van het jaar. Het vroor zeker 10 graden. Alle buren leenden ons hun draagbare oliekachels en zo kon Nel toch nog thuis bevallen. Hij was het eerste kind dat in de haven geboren werd.”

Nel: “Amsterdam was niet erg geïnteresseerd in zijn binnenvaartverleden. Daar heeft de stad veel van zijn welvaart aan te danken. Zonder initiatieven als de Museumhaven blijft zou het voornamelijk over de zeevaart zijn gegaan. Veel steden langs het water hebben tegenwoordig plek voor varend erfgoed van de binnenvaaart. Dus het belang wordt gelukkig ook landelijk erkend. Onze haven is nu beeldbepalend voor het Oosterdok samen met het Scheepvaartmuseum en Nemo. Op een schip wonen, is bijzonder en sfeervol. Wonen in de Museumhaven is als wonen in een dorp, gezellig en overzichtelijk. Nooit anoniem.”

 

Audio Story

Rehoboth (1911) Paul and Nel

Paul: “Together with a few other skippers, we thought Amsterdam deserved a museum harbour, just like Rotterdam. So, in May 1984, we squatted along the quay at Oosterdok for a weekend. After that, everyone politely returned to their own mooring spots. The navy was fine with our ships docking opposite them, and eventually, the municipality came around too. In 1985, the Museum Harbour Association Amsterdam (VMA) was officially established. Naturally, it became an association—it’s the most democratic organisational form. We’re the only ones with a ship that’s been moored here at the Museum Harbour since the 1984 squat.”

Nel: “We started with eight ships, moored along the quay. Back then, there weren’t any jetties like there are now. We didn’t have shore power or a water connection either. So we used generators for electricity and hung out a white flag when our water tank was running low. Once a week, the water boat would come by, and if you had your flag out, they’d bring you water. If we weren’t home, we’d leave the money in a jam jar on deck.”

Paul: “In 1987, our youngest son was born on board—on the coldest day of the year. It must’ve been at least minus 10 degrees. All our neighbours lent us their portable oil heaters, so Nel was still able to give birth at home. He was the first child ever born in the harbour.”

Nel: “Amsterdam wasn’t very interested in its inland shipping history. Yet much of the city’s wealth comes from it. Without initiatives like the Museum Harbour, it would’ve been all about sea shipping. Nowadays, many waterside cities have spaces for floating heritage, so the importance is recognised nationally as well. Our harbour is now a defining feature of Oosterdok, along with the Scheepvaartmuseum (Maritime Museum) and Nemo. Living on a ship is special and atmospheric. Living in the Museum Harbour feels like being in a village—cosy and familiar. It’s never anonymous.”

rehoboth-09
Type

Klipperaak

Bouwjaar

1911

Steiger

107A

L x B x D (mtr.)25.90 x 4.98 x 0.90
Bouwjaar1911
Werf van aanbouwMol
Lokatie WerfDedemsvaart
Bouwnummer
Laadvermogen Huidig (Origineel) (135.4) ton
Brandmerk201 B Zwolle 1928
Meetbrief Nummer
Meetbrief Datum
BHS/LVBHB97 link
FVEN/RVEN10244 link

Scheepsnamen1937 – Evolutie
Eigenaren
Meetbrieven
Motor1959 – zijschroef installatie met liggende Deutz AG als dekmotor.

Motor Merk
Motor Type
Motor Vermogen
Motor Historisch1959 – zijschroef installatie met liggende Deutz AG als dekmotor.

Het verhaal van de Rehoboth

Audio Beluisteren

Rehoboth (1911) Paul en Nel

Paul: “Met een aantal andere schippers vonden we dat Amsterdam net als Rotterdam een museumhaven moest hebben. Dus kraakten we in mei 1984 een weekend lang de kade langs het Oosterdok. Daarna ging iedereen weer keurig naar z’n eigen ligplek. De marine vond het goed dat onze schepen aan hun overkant afmeerden en daarna ging de gemeente ook overstag. In 1985 werd de Vereniging Museumhaven Amsterdam officieel opgericht. Een vereniging natuurlijk, want dat is de meest democratische organisatievorm. Wij zijn met ons schip nog de enige die vanaf de kraak in de Museumhaven liggen.”

Nel: ”We begonnen met acht schepen, die langs de kade afgemeerd lagen. Er waren nog geen steigers zoals nu. We hadden toen geen elektriciteit vanaf de wal en geen wateraansluiting. Dus wekten we stroom op met aggregaten en hingen we een witte vlag uit als onze watertank bijna leeg was. 1x per week kwam de waterboot langs en als je de vlag uithad, kwam hij water bij je brengen. Als we niet thuis waren, zetten we het geld in een jampotje aan dek.”

Paul: “In 1987 werd onze jongste zoon aan boord geboren op de koudste dag van het jaar. Het vroor zeker 10 graden. Alle buren leenden ons hun draagbare oliekachels en zo kon Nel toch nog thuis bevallen. Hij was het eerste kind dat in de haven geboren werd.”

Nel: “Amsterdam was niet erg geïnteresseerd in zijn binnenvaartverleden. Daar heeft de stad veel van zijn welvaart aan te danken. Zonder initiatieven als de Museumhaven blijft zou het voornamelijk over de zeevaart zijn gegaan. Veel steden langs het water hebben tegenwoordig plek voor varend erfgoed van de binnenvaaart. Dus het belang wordt gelukkig ook landelijk erkend. Onze haven is nu beeldbepalend voor het Oosterdok samen met het Scheepvaartmuseum en Nemo. Op een schip wonen, is bijzonder en sfeervol. Wonen in de Museumhaven is als wonen in een dorp, gezellig en overzichtelijk. Nooit anoniem.”

 

Audio Story

Rehoboth (1911) Paul and Nel

Paul: “Together with a few other skippers, we thought Amsterdam deserved a museum harbour, just like Rotterdam. So, in May 1984, we squatted along the quay at Oosterdok for a weekend. After that, everyone politely returned to their own mooring spots. The navy was fine with our ships docking opposite them, and eventually, the municipality came around too. In 1985, the Museum Harbour Association Amsterdam (VMA) was officially established. Naturally, it became an association—it’s the most democratic organisational form. We’re the only ones with a ship that’s been moored here at the Museum Harbour since the 1984 squat.”

Nel: “We started with eight ships, moored along the quay. Back then, there weren’t any jetties like there are now. We didn’t have shore power or a water connection either. So we used generators for electricity and hung out a white flag when our water tank was running low. Once a week, the water boat would come by, and if you had your flag out, they’d bring you water. If we weren’t home, we’d leave the money in a jam jar on deck.”

Paul: “In 1987, our youngest son was born on board—on the coldest day of the year. It must’ve been at least minus 10 degrees. All our neighbours lent us their portable oil heaters, so Nel was still able to give birth at home. He was the first child ever born in the harbour.”

Nel: “Amsterdam wasn’t very interested in its inland shipping history. Yet much of the city’s wealth comes from it. Without initiatives like the Museum Harbour, it would’ve been all about sea shipping. Nowadays, many waterside cities have spaces for floating heritage, so the importance is recognised nationally as well. Our harbour is now a defining feature of Oosterdok, along with the Scheepvaartmuseum (Maritime Museum) and Nemo. Living on a ship is special and atmospheric. Living in the Museum Harbour feels like being in a village—cosy and familiar. It’s never anonymous.”

Te Dedemsvaart werd in 1911 bij de scheepswerf van J. Mol de klipperaakschip “Evolutie” te water gelaten. Het was besteld door schipper Koop Oosterveen uit Amsterdam.

Het schip was voornamelijk bedoeld voor het vervoer van turf uit de hoogveengebieden naar de grote steden in het westen van het land. Het is een typisch overijssel schip. Op de waterlijn is het erg vol zodat het bij een geringe diepgang erg veel vracht te kunnen meenemen. Tijdens de vaart door de lange smalle kanalen werd meestal gebruikt gemaakt van een kleiner zeiltuig, het zgn “kanalentuig”

Een bijzonder detail is het houten deksel op de holle achtersteven. Rond 1900 werd deze afdekking van de stevens vaak toegepast op tjalken. Het onderdeel was moeilijk in ijzer te klinken en ook voor het onderhoud was het handig, maar tegenwoordig is er nauwelijks nog een schip dat dit nog heeft.

In 1928 werd door bemiddeling van scheepsbouwer Mittendorff uit Dedemsvaart het schip verkocht voor een bedrag van f 4500.- aan Remmelt de Vries jr., schipper te Wilsum. Het kreeg de naam “Rehoboth”, zoals het nu nog heet. “Rehoboth”is een bijbelse naam en het was de naam van een waterbron in het toenmalige Mesopotamië . Het was een bron die door alle stammen in het gebied vreedzaam werd gebruikt (zeer uitzonderlijk in die tijd) De naam “Rehoboth”symboliseert dan ook de begrippen “harmonie”en “vrede”.

In 1935 was schipper de Vries zodanig in moeilijkheden gekomen dat hij verkoop overwoog. Via een “kleedenmaker” in Amsterdam vond hij
een geldschieter in de persoon van een schoolhoofd te Voorburg. Op papier
verkocht hij de Rehoboth aan de meester voor een bedrag van f 2600.- en sloot tegelijkertijd een soort huurkoopovereenkomst met hem. Een looptijd van 17 jaar en een jaarlijks huurkoop bedrag van f 210.-. Een in die tijd een niet ongebruikelijke constructie! In 1943 was schipper de Vries in staat om het resterende bedrag van de schuld in een keer af te lossen en werd het schip juridisch weer zijn eigendom.

Begin 50-er jaren werd het schip voorzien van een zijschroef installatie met een liggende Deutz motor, verdamping gekoeld. Alle zeilerij ging er af het mastdek verdween en de den werd doorgetrokken. Schipper de Vries bleef op deze manier tot het einde van de 60-er jaren in de vrachtvaart actief.

Toen legde hij het schip definitief voor de wal bij het plaatsje De Zande aan een zijarm van de Ijssel en bleef er op wonen tot hij het in 1975 verkocht aan J. Boshuizen. Die ging het ruim verbouwen, installeerde onder de roef een moderne motor en restaureerde het schip weer terug naar de zeiltijd.

Vervolgens werd de Rehoboth in 1983 eigendom van de familie versteege. Sindsdien is er weer veel vertimmerd en vervangen. In 1990 verdween de nog steeds aanwezige zijschroef installatie en werd het voorschild van het voorruim weer op de oorspronkelijke plaats teruggezet.

Het verhaal van de Rehoboth

Vragen of opmerkingen?

Als je informatie of vragen over de Rehoboth hebt kun je de eigenaar via onderstaand formulier jouw vragen en of opmerkingen sturen.

Indien nodig proberen wij zo snel als mogelijk te reageren.

Bijvoorbaat dank voor je bijdrage.


Scroll naar boven