Te Dedemsvaart werd in 1911 bij de scheepswerf van J. Mol de klipperaakschip “Evolutie” te water gelaten. Het was besteld door schipper Koop Oosterveen uit Amsterdam.
Het schip was voornamelijk bedoeld voor het vervoer van turf uit de hoogveengebieden naar de grote steden in het westen van het land. Het is een typisch overijssel schip. Op de waterlijn is het erg vol zodat het bij een geringe diepgang erg veel vracht te kunnen meenemen. Tijdens de vaart door de lange smalle kanalen werd meestal gebruikt gemaakt van een kleiner zeiltuig, het zgn “kanalentuig”
Een bijzonder detail is het houten deksel op de holle achtersteven. Rond 1900 werd deze afdekking van de stevens vaak toegepast op tjalken. Het onderdeel was moeilijk in ijzer te klinken en ook voor het onderhoud was het handig, maar tegenwoordig is er nauwelijks nog een schip dat dit nog heeft.
In 1928 werd door bemiddeling van scheepsbouwer Mittendorff uit Dedemsvaart het schip verkocht voor een bedrag van f 4500.- aan Remmelt de Vries jr., schipper te Wilsum. Het kreeg de naam “Rehoboth”, zoals het nu nog heet. “Rehoboth”is een bijbelse naam en het was de naam van een waterbron in het toenmalige Mesopotamië . Het was een bron die door alle stammen in het gebied vreedzaam werd gebruikt (zeer uitzonderlijk in die tijd) De naam “Rehoboth”symboliseert dan ook de begrippen “harmonie”en “vrede”.
In 1935 was schipper de Vries zodanig in moeilijkheden gekomen dat hij verkoop overwoog. Via een “kleedenmaker” in Amsterdam vond hij
een geldschieter in de persoon van een schoolhoofd te Voorburg. Op papier
verkocht hij de Rehoboth aan de meester voor een bedrag van f 2600.- en sloot tegelijkertijd een soort huurkoopovereenkomst met hem. Een looptijd van 17 jaar en een jaarlijks huurkoop bedrag van f 210.-. Een in die tijd een niet ongebruikelijke constructie! In 1943 was schipper de Vries in staat om het resterende bedrag van de schuld in een keer af te lossen en werd het schip juridisch weer zijn eigendom.
Begin 50-er jaren werd het schip voorzien van een zijschroef installatie met een liggende Deutz motor, verdamping gekoeld. Alle zeilerij ging er af het mastdek verdween en de den werd doorgetrokken. Schipper de Vries bleef op deze manier tot het einde van de 60-er jaren in de vrachtvaart actief.
Toen legde hij het schip definitief voor de wal bij het plaatsje De Zande aan een zijarm van de Ijssel en bleef er op wonen tot hij het in 1975 verkocht aan J. Boshuizen. Die ging het ruim verbouwen, installeerde onder de roef een moderne motor en restaureerde het schip weer terug naar de zeiltijd.
Vervolgens werd de Rehoboth in 1983 eigendom van de familie versteege. Sindsdien is er weer veel vertimmerd en vervangen. In 1990 verdween de nog steeds aanwezige zijschroef installatie en werd het voorschild van het voorruim weer op de oorspronkelijke plaats teruggezet.