FORGOT YOUR DETAILS?

Scheepstypes in de Nederlandse Wateren

Hier beschrijven we de schepen beschreven die tot in de eerste helft van de 20ste eeuw vracht en passagiers vervoerden over de binnenwateren van de lage landen.

Tjalk

De tjalk was vanaf de 17de eeuw tot het midden van de 20ste eeuw een van de belangrijkste zeilende vrachtschepen op de Nederlandse wateren. De belangrijkste kenmerken zijn:

  • De ronde vallende voorsteven die meestal was voorzien van een loefbijter.
  • De rechte rechtstandige achtersteven
  • Het bij het voor- en het achterschip sterk naar binnen vallende boeisel.
  • De volle boeg
  • De rechte zijden
  • De brede platte bodem
  • De ronde kimmen
  • De grote waaiervormige zwaarden
  • De strijkende mast

Tot de 2de helft van de 19de eeuw werden houten tjalken gebouwd. Daarna werden ze van ijzer. Op de binnenwateren en op zee voeren tot ver in de 20ste eeuw verschillende typen tjalken. De belangrijkste typen waren:

  • De gewone tjalk. Ze werd gebouwd op werven in vrijwel alle Nederlandse provincies. De globale lengte lag tussen de 10 en 25 meter.
  • De hektjalk. Deze tjalk had een hekwerk of staatsie. Dat was een extra boeisel op het achterschip met een opening (hennegat) voor de helmstok.

Hektjalk Jacob Olie op het IJ in 1893

 

  • De boltjalk. Deze behoorde tot de Groninger bolschepen. Voor- en achterschip hadden een brede volle vorm. Het was een lang en tamelijk plat schip met een matige zeeg. De boltjalk was een snelle zeiler. Ze kwam veel voor op de Groningse kanalen en werd onder andere gebruikt voor het vervoer van aardappels en turf.

Schip op de voorgrond een boltjalk, daarachter ligt m.i. een bolschip. Een dergelijk schip met alleen voor en achter boord is een bolle met boord en helemaal zonder boord is het een platte bolle.

  • De dektjalk. Bij dit schip ontbrak de roef. Het diep liep over de volle lengte van het vaartuig op een hoogte door. Het verblijf bevond zich in het achterschip onderdeks. De dektjalk werd veel gebouwd in de noordoostelijke provincies.

Dektjalk Jacoba Janna

 

  • De paviljoentjalk. Dit type kwam veel voor in Friesland, Holland en Zeeland. Ze was te herkennen aan het verhoogde achterschip en de lange helmstok.

Helmstok paviljoentjalk

  • De koftjalk. Dit schip was een kustvaartuig dat gebouwd werd in de provincie Groningen en het midden hield tussen een kof en een tjalk. Ze was herkenbaar aan de voorsteven, die op een klippersteven leek, en het hoge boeisel dat bij het voorschip en het achterschip naar binnen viel. De kluiverboom lag op de voorsteven. De koftjalk had een fraaie zegeling. Ze had 1 of 2 masten.

Koftjalk Tromp (1912)

 

  • De zeetjalk. Deze kustvaarder werd meestal gebouwd in de provincie Groningen. De breedte en de holte ware in vergelijking met de lengte wat groter dan bij een gewone Groninger tjalk. De zeetjalk had meer zeeg. De roef op het achterschip had twee ingangen. Aan de achterkant van de roef was een raampje, waardoor de roerganger op het kompas kon kijken. Ze had een of twee masten. Zeetjalken voeren veel op de landen rond de Noord- en Oostzee.

Houten zeetjalk Verandering bij Amels op de helling in Makkum

TOP