FORGOT YOUR DETAILS?

Werfmachines

De VMA heeft een aantal werfmachines. Deze machines staan op de kade van het Oosterdok. Vooral de spantenbuiger en de vlakplaten worden nog regelmatig gebruikt voor de restauratie van de schepen in het Oosterdok. De werfmachines zijn geschonken door de werf Hindeloopen uit Amsterdam.

Spantenbuiger

Om de vele spanten de gewenste ronding te geven werd de spantenbuiger gebruikt. Wanneer men een spant wenste te buigen, werd deze tussen de beide delen gelegd en op regelmatige, dicht bijelkaar gelegen punten, een beetje ingedrukt, tot de gewenste vorm bereikt werd. Het indrukken van het spant gebeurt met het handwiel, wat de reden is voor de grote diameter van het handwiel. (De gehele machine heeft daardoor een veel hogere bouw.)

De spantenbuiger werd gebruik om staalprofielen (zoals hoekstaal) in de juiste vorm te buigen.

De vlakplaat werd gebruikt om de staalplaten de gewenste vorm te geven. Hij werd niet alleen gebruikt om de platen de gewenste rondingen te geven, maar ook om platen, die door het knippen en ponzen vervormd waren, weer in hun fatsoen te brengen.

Op de vlakplaat werden scheepsplaten in de juiste vorm geslagen (geklopt).

Vlakplaat

Slingerschaar

Daar men bij het knippen van staal meestal een langer eind achter elkaar afwerkt, kan de slinger langere tijd continu in rondgaan, daarom is de slinger de tweezijdig uitgevoerd. Het blok dat aan het excentriek bevestigd is, is voorzien van een hard stalen mes, dat langs het mes op het daar onderliggende bed schuift en zodoende knipt.
Het mes is vrij kort, zodat het knippen van de vloeiende lijnen, die bij de scheepsbouw in die tijd nu eenmaal noodzakelijk waren, geen probleem vormen. (Natuurlijk kan het mes ook niet al te lang zijn omdat men dan veel te veel kracht nodig zou hebben!)
Het spreekt voor zich dat ook het op maat knippen van al het staal, dat er nu eenmaal in een schip gaat, de nodige zweetdruppels gekost moet hebben.

Met de slingerschaar werden staalplaten tot 8 mm dikte geknipt.

 

De staaldraad knipschaar werd gebruikt om staaldraden op lengte af te knippen.

 

Knipschaar

Pennenbank

Het pennenblok (de pennenbank) werd gebruikt om zware profielen de juiste vorm te geven.  De gewenste kromming werd met pennen op het blok uitgezet. Vervolgens werd het te buigen gedeelte heet gestookt en met mankracht of met behulp van takels, rond de pennen gebogen. Tijdens het afkoelen werd het profiel met behulp van extra pennen, waartussen wiggen geslagen werden, vastgezet.

 

Het afgebeelde exemplaar werd gemaakt bij machinefabriek Bakker te Ridderkerk en weegt ongeveer 1500 kg.
Aan de horizontale as is aan de ene zijde een slinger aan de andere zijde een excentriek bevestigd. Wanneer de as draait doet het excentriek een blok aan de voorzijde op en neer bewegen. In de onderzijde van het blok bevindt zich een houder met een hard stalen pen: de hippel. Loodrecht onder de hippel bevindt zich een blok met een gat: het ponsbed. Deze wordt met een stevige stalen plaat op zijn plaats gehouden.

Scheepsplaten werden met elkaar verbonden door klinknagels. Met de slingerpons worden gaten in de staalplaten geponst waar de klinknagels doorheen worden gestoken.

Slingerpons

In de onderzijde van het blok bevindt zich een houder met een hard stalen pen: de hippel. Loodrecht onder de hippel bevindt zich een blok met een gat: het ponsbed. Deze wordt met een stevige stalen plaat op zijn plaats gehouden.

Wanneer een stuk staal op het ponsbed gelegd wordt en de hippel naar beneden komt, zal deze een gat in het staal drukken. Naast de hippel een aanslag, die voorkomt dat het werkstuk, bij terugtrekken van de hippel te ver opgelicht wordt.

Voor elk te ponsen gat moet de slinger in de bovenste positie gebracht worden. Het stuk staal moet in de juiste positie, vlak, op het ponsbed gehouden worden. Vervolgens geeft men de slinger een flinke zet en wordt het gat geponst. Het ponzen laat een hinderlijke braam achter.
Bij een geklonken tjalk van 120 ton komt men op circa 30.000 klinken. Er moeten dus ca. 60.000 gaten in 6 tot 8 mm dik staal geponst worden. 60.000 keer moest de slinger dus weer naar boven gebracht en met een flinke zet naar beneden geslingerd worden. Vervolgens werden dan al deze gaten afgebraamd en de helft bovendien gesouvereind.  Al met al een stevige klus.

De verhouding van de slinger tot de excentrische as is 1: 100 (de arm is 1200 mm en de slag is 12 mm ). De kogel weegt ca. 22 kilo. De statische kracht, wanneer de slinger horizontaal ligt, is dus ca. 2200 kilo.
De slinger doet er bij normaal gebruik 1 seconde over om rond te gaan. De afgelegde weg van de bal is ca. 377 cm, de snelheid loopt dus op tot ca. 27 km per uur. Op dat moment kan de dynamische kracht oplopen tot ongeveer 9000 kilo.

Trekbank

Om het uiteinde van een staaldraad te kunnen bevestigen wordt er een oog aangemaakt. De staaldraad wordt ingespannen en strak om een voorgevormd stalen oog (kous) getrokken. Achter het oog wordt met een aparte hydraulische pers om de draad een klem geperst.

De trekbank werd gebruikt om staaldraden strak te trekken om ogen te kunnen splitsen.

 

De holplaat is een soort aambeeld om profielstaal (hoeklijn, platrond, plat, e.d.) de juiste vorm te geven. Er is heel wat vakmanschap voor nodig om profielen, zonder dat deze gaan scheuren of plooien, in de juiste vorm rond te kloppen. In veel gevallen betekende één foute slag dat men het werkstuk weg kon gooien en opnieuw kon gaan beginnen. De holplaat werd voornamelijk gebruikt om vrij lichte profielen vorm te geven, voor zwaardere profielen en moeilijkere rondingen werden het pennenblok* en de spantenbuiger* gebruikt.

De holplaat werd gebruikt om staalprofielen een bepaalde gebogen vorm te geven

 

Holplaat

Bronnen:

  1. Vereniging ‘De Binnenvaart’ Werfgereedschap staalbouw
TOP